Toen het Operaplein op 13 juli opende, kwam hier via de sociale media al snel negatieve reactie op. Het gebrek aan groen en de rode “lichtbomen”, die men kan vergelijken met een creatuur uit een sciencefiction film, bleken een doorn in het oog. Zijn dit de reacties van mensen die men nooit tevreden zal stellen of heeft dit met meer te maken? In dit artikel verdiep ik mezelf in de architectuur en zijn culturele effecten.
De architect

Via een wedstrijd georganiseerd door de Stad Antwerpen lag het huidige ontwerp van het Operaplein al dertien jaar vast. De winnaar van deze wedstrijd is de reeds overleden Catalaanse architect Manuel de Solà-Morales, ook gekend door het ontwerpen van onze huidige Keyserlei en het station van Leuven. Manuel werd gekozen vanwege zijn zeer praktische ontwerpen met betrekking tot mobiliteit, een logische keuze sinds dit voor Antwerpen een groot probleem is.
Tijdens het Forum-project te Barcelona maakte hij duidelijk dat hij veel belang hecht aan ontmoeting in een stad. Zijn tentoonstelling ‘Cities, corners’ toonde dat de stad een consensusmachine moet zijn. Het brengt culturen, meningen en façades samen. Hierdoor werkt hij graag aan plekken met belangrijke, oude en emblematische gebouwen in zijn omgeving. Oud en nieuw worden in zijn ontwerpen met elkaar geconfronteerd. Hij maakt gebruikt van kleuren en objecten die een soort kracht uitstralen om de aandacht op te eisen. De drang om de aandacht af te nemen van de reeds bestaande omgeving typeert de gehele moderne architecturale beweging. In een stad vol van prachtige gebouwen die de eeuwen hebben doorstaan breekt men met het reeds bestaande, ten koste van de omgeving.
Gelukkig zijn er ook nog steeds architecten die wel rekening houden met de omgeving waarin ze werken. Een prominent figuur binnen de ‘reactionaire’ architectuur is Quinlan Terry. Terry studeerde tijdens de hoogdagen van de modernistische beweging aan de ‘Architectural Association’ te Londen. Zijn verzet tegen de docenten kwam tot stand na zijn bekering tot het christendom. Het geloof leerde hem vragen stellen bij zijn lesmateriaal en de egocentrische dogma’s van zijn opvoeding. Dit leidde ertoe dat hij een rondreis maakte om de grote monumenten van de westerse architectuur te bestuderen. De eindscriptie van Terry werd door zijn examinatoren beoordeeld als onvoldoende. Wanneer hij echter als tweede eindscriptie modernistische ontwerpen instuurde, slaagde hij voor zijn studies. Zijn studieloopbaan toont dan ook zeer duidelijke de modernistische doctrine binnen de kunstinstellingen.
De omgeving
Voor drie millennia lang vonden westerse architecten en bouwmeesters hun inspiratie bij reeds gecreëerde meesterwerken. Deze reeds verworven kennis werd verfijnd en vertoonde subtiele variëteiten van zijn voorgangers. De mens zoekt naar een perfecte balans tussen orde en variëteit. De oude architecturale kennis nam rekening met deze menselijke drang, de stad moest vooral een menselijk habitat worden waarin iemand zich thuis voelt.
Het was Le Corbusier die als eerste de noodzaak zag om te breken met deze eeuwen oude traditie. Wanneer hij het noordelijke deel van Parijs met de grond gelijk wenste te maken en te vervangen met gebouwen van glas en staal. De architecturale wereld nam hem binnen als een visionair. De moderne beweging was geboren.
De eeuwenoude kennis van de architectuur werd van boord gegooid. Architectuurstudenten moesten niet meer leren over de eigenschappen van natuurlijke materialen, over het belang van licht en schaduw, lijstwerken en nog vele andere aspecten die deze leer generaties lang typeerde.
De omgeving was niet langer één harmonieus geheel, maar een puzzel gemaakt met puzzelstukken uit verschillende puzzeldozen.
We mogen blij zijn met mensen als Quinlan Terry die zich hiertegen verzetten. Zijn doorbraak was in 1984 toen zijn ontwerp werd gekozen voor Richmond Riverside, wat nu een van de populairste toeristische attracties is in Londen. Toeristen gaan dan ook niet opzoek naar grote flatgebouwen, die vinden ze binnen hun omgeving ook. Brugge is gekend als het Venetië van het Noorden vanwege zijn kanalen en prachtige middeleeuwse gebouwen, niet vanwege modernistische architectuur. Amsterdam vindt zijn schoonheid in de prachtige rijhuizen langs de grachten, terwijl Rotterdam compleet heeft gebroken met zijn historische karakter. Moderne architectuur is anoniem en koud, het heeft louter een functie waarvoor het is gebouwd.
Schoonheid en functionaliteit
Deze veranderingen zijn ook niet vreemd als bij het ontwerpen van een nieuw gebouw de functie primeert boven de vorm. Louis Sullivan staat gekend als de grondlegger van het functionalisme en het ontwerp van de wolkenkrabber. Met de woorden “Form follows function” brak hij met de eeuwenoude traditie dat de vorm en schoonheid van een gebouw het belangrijkste uitgangspunt was. Het gebouw moet eerst een functie hebben en de vorm wordt hieraan aangepast. Het grote probleem hiermee is dat de wereld blijft veranderen en dat een functie in de toekomst zijn relevantie kan verliezen. Deze wegwerparchitectuur zoals ik het graag noem, typeert in zekere zin onze samenleving. Je hoeft niet verder te kijken dan onze eigen stad om hier een zeer goed voorbeeld van te vinden.
De stadsfeestzaal heeft doorheen de jaren verschillende functies gehad, van kunstvoorstellingen tot het autosalon en vandaag de dag gekend als winkelcentrum. Toch blijft de stadsfeestzaal bestaan en is ze zelf heropgebouwd na de destructieve brand van het jaar 2000. Dit komt omdat het gebouw is gemaakt voor zijn vorm, niet zijn functie. Wat de functie ook mag zijn, het bezoeken van dit gebouw is een streling voor het oog en de menselijke ziel. Een mens voelt zich hier thuis.
Het Havenhuis daarentegen is gebouwd met een zeer duidelijke functie in gedachten. Het dient een gebouw te zijn om Antwerpen als wereldhaven op de kaart te zetten en de nodige ruimte te bieden aan 500 werknemers. Het is een ontmoetingsruimte voor internationale contacten en een plek waar verschillende transacties plaats vinden. Het Havenhuis straalt geen huiselijke sfeer uit en nodigt mensen niet uit om er te gaan wonen. Gewoon door een gehele stad in dezelfde stijl in te beelden wordt het probleem al meer dan duidelijk. Mocht er ooit een tijd komen dat Antwerpen zijn status als wereldhaven verliest, dan verliest dit gebouw tegelijkertijd al zijn bestaansrecht. Het Havenhuis is bovenop een oude en beschermde brandweerkazerne gebouwd. Deze brandweerkazerne is een replica van het oude Hanzehuis. Mijn vrees is dan ook dat eens het Havenhuis zijn functie verliest de schade aan de brandweerkazerne reeds is aangebracht.
De stad als symbool van cultuur
De wegwerparchitectuur typeert dan ook onze wegwerpmaatschappij. Een samenleving waar economisch waarde de enige waarden is en geen ruimte is voor schoonheid, diepgang of spiritualiteit. Deze tendens binnen de architecturale wereld is echter een symptoom van een inherent dieper probleem, het culturele verval van de Westerse beschaving. De inwoner van een stad verliest de huiselijke sfeer van zijn omgeving en voelt zich een product in een samenleving gedreven door functie in plaats van schoonheid. Door te stellen dat schoonheid subjectief is, opent men de weg voor dit soort creaturen in de publieke ruimte. Kunstenaars, architecten, componisten en vele andere kunstlieden streefde doorheen de geschiedenis om schoonheid te creëren. Deze werken inspireren al generaties lang mensen in hun dagdagelijkse leven. Een status die de moderne wegwerpkunst nooit zal kunnen verkrijgen.
De horizon van de stad
Zoals de Amerikaanse literatuurwetenschapper Joseph Campbell ooit zei “If you want to see what a society really believes, look at what the biggest things on the horizon are dedicated to.”. Gelukkig is Antwerpen nog niet volledig aangetast door deze modernistische kunst. Wanneer iemand vanaf de linker oever van de Schelde een blik werpt op onze prachtige stad, is het nog altijd de Kathedraal, het Steen en de Sint-Pauluskerk dat de aandacht trekken. Ik blijf dan ook hoopvol dat Antwerpen zijn historische karakter zal blijven behouden in een steeds uniformere wereld.
