Beknopte geschiedenis van het KVHV-Antwerpen

Picture

Op het heil der Nederlanden…
Hoog de pint!

Studeren aan de UFSIA heeft studenten vaak geïnspireerd tot het oprichten van studentenverenigingen. Soms bleken het eendagsvliegen, maar sommige hebben op enkele decennia tijd een rijke traditie opgebouwd en kennen ook nu nog een bloeiende werking. Een daarvan is het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV).Martin Decancq, het huidige hoofd van de Financiële Dienst van de UFSIA, stond in 1973 mee aan de wieg van het KVHV in Antwerpen.

Martin Decancq zat in zijn tweede kandidatuur toen hij voor het eerst in contact kwam met de groep studenten die het KVHV zouden oprichten. “De eerste keer kwamen we bijeen op een vergadering die door Lionel Vandenberghe – toen en nu nog hoofd van de studieadviesdienst van de UFSIA – was bijeengeroepen”, herinnert Decancq zich. “We waren met een twintigtal, ongeveer gelijk verdeeld over studenten uit de Rechten en uit TEW. Ons doel was om een soort debatclub op te richten, waar vooral over politiek in het algemeen en de Vlaamse kwestie in het bijzonder gediscussieerd zou worden. Die groep kon je grosso modo in drie delen. Je had de echte radicale hardliners, waar later de Nationalistische Studentenvereniging (NSV) uit zou ontstaan, dan had je de democratische Vlaams-nationalisten, en tot slot had je mensen zoals ik, die niet echt nationalistisch waren, maar wel een grote belangstelling hadden voor de Vlaamse kwestie.” Op die eerste vergadering – een stichtingsvergadering avant la lettre eigenlijk – kreeg de debatclub al een bestuur. Kris Barrezeele, een TEW’er die later in de journalistiek zou belanden en onder meer nog voor Alumni Nieuwsbrief schreef, nam plaats op de voorzittersstoel, Martin Decancq kreeg de centen onder zijn hoede – hij zou penningmeester blijven tot hij afstudeerde. Men had een bestuur, maar hoe het verder moest, dat was een andere vraag. Antwerpen kende een bloeiend studentenleven, maar voor een dergelijke club, die zich veeleer met politiek dan met “studentikositeit” wou bezighouden, bestond er niet echt een referentiepunt. Lionel Vandenberghe suggereerde dat men contact moest opnemen met het KVHV in Leuven. “We werden daar heel goed ontvangen”, zegt Decancq, “in die zin dat ze ons toestonden de naam KVHV te gebruiken. Maar toen we vroegen om ons ook financieel te ondersteunen, bleek hun welwillendheid al een stuk minder groot.” KVHV bestond toen al meer dan 70 jaar en was in Leuven een gereputeerde studentenvereniging. Men wilde eerst zien wat die uit Antwerpen er van terecht zouden brengen vooraleer geld in hun vereniging te stoppen. Uiteindelijk kon Antwerpen met de hulp van een oud-student uit Leuven toch een startkapitaaltje losweken.

Studenten en politiek

De nieuwe KVHV-afdeling telde een vijftigtal leden, waarvan goed een derde als actief lid kon worden beschouwd. Hoofdactiviteit was het organiseren van debatten. “Ter extreem-linkerzijde hadden we op dat moment overigens een tegenhanger”, vertelt Decancq. “De Marxistisch Leninistische Beweging (MLB) was ook in Antwerpen actief. Die hielden zich voornamelijk bezig met ‘bijbelexegese’ van de geschriften van Marx, een uitvloeisel uit de geest van de jaren zestig. Politiek leefde meer onder studenten dan nu, maar je moet dat zeker niet overdrijven. Het hoogtepunt van mei ’68 – de studenten die de wereld gingen veranderen – lag toen al duidelijk enkele jaren in het verleden. Midden jaren zeventig was die politieke hausse al grotendeels weggeëbd.”
Het KVHV dobberde een tijdje voort als debating club, maar kwam voor het eerst echt in de belangstelling bij een bezoek van de koning aan de UFSIA. Het KVHV zette een protestactie op, en het ledenblad Tegenstroom werd op grote schaal onder de studenten verspreid. “Maar waar we echt meer studenten mee bereikten”, zegt Decancq, “was een actie in 1975 rond de toegankelijkheid van het meisjeshome in de Lange Nieuwstraat. Dat was naar de normen van nu een soort klooster waar de inwonende meisjesstudenten ’s avonds nauwelijks buiten mochten. We zijn toen bij zuster Van Melkebeke, die het home beheerde, op het matje geroepen: het kon toch niet dat een katholieke 15 studentenclub zo’n protest organiseerde. In ieder geval was onze naam onder de studenten toen wel gemaakt.” Naar aanleiding van die actie kwam ook de latere preses Bart Vandermoere, een student uit de Rechten, bij het KVHV. Onder zijn leiding groeide het KVHV uit tot een grote vereniging, en raakte ze ook meer op het studentikoze spoor. Decancq: “Van dan af kreeg je de klassieke activiteiten: cantussen, zwanenzang. We gingen petten en linten dragen en zo. En, niet onbelangrijk, we gingen onze werking uitbreiden naar studenten van de verschillende hogescholen die Antwerpen rijk is. Ons ledenaantal was rond die tijd gegroeid tot een goede 200 studenten. Niet alle studenten waren echter even geïnteresseerd in onze politieke werking, sommigen kwamen voornamelijk voor de studentikositeit.”

Scheiding der geesten

Die groei zorgde voor problemen met de meer radicale vleugel van het KVHV. “Het KVHV probeerde bewust het ultrarechtse vaarwater van een deel van de Vlaamse Beweging te vermijden”, legt Decancq uit. “Dat viel bij een deel van de leden niet in goede aarde. En daardoor kwam het in 1976 tot een scheiding der geesten met de radicale hardliners, die het spoor van de rest van het KVHV niet meer wilden volgen.” Uiteindelijk scheurde een deel van het KVHV zich af. Maar dat ging niet zonder problemen. Want wie mocht nu de naam KVHV verder gebruiken? Dat leidde tot een hele vaudeville, met onder andere een race naar het Staatsblad om als eerste de statuten voor de oprichting van de vzw KVHV gepubliceerd te krijgen. Uiteindelijk moest Leuven als scheidsrechter optreden, en daar trok men duidelijk de kaart van de democratische Vlaams-nationalisten. Resultaat was dat de extreemrechtse vleugel definitief met het KVHV brak en het NSV oprichtte. “Een dergelijke splitsing was onder andere ook nodig om onze onafhankelijkheid te bewaren. We hebben altijd geprobeerd te vermijden om in de invloedssfeer van partijen te belanden”, zegt Decancq. “Dat was een bewuste keuze, die niet altijd gemakkelijk te handhaven was, en ook niet altijd even gemakkelijk werd aanvaard door anderen. Men kleeft je zo vlug een partijpolitiek etiket op.” Ook in de academische wereld werd het KVHV niet zonder slag of stoot aanvaard. Decancq: “Voor sommige professoren kon het duidelijk niet dat je lid was van het KVHV, andere hadden openlijk sympathie voor ons. Maar dat is wellicht typisch voor een vereniging die zich Vlaams-nationalistisch opstelt. Veel mensen staan onverschillig tegenover de Vlaamse kwestie. Wie wel geïnteresseerd is, is ofwel uitgesproken voorstander of uitgesproken tegenstander van de Vlaamse Beweging. Het debat lokt altijd heftige emoties uit. Ook in eigen kring. Wij hadden soms zeer scherpe ruzies over ideologische kwesties. Dat over-emotionele heeft mij altijd wel wat gestoord.”

Bron: ALUMNI NIEUWSBRIEF FACULTEIT TEW VAN UFSIA: JAARGANG 8, NR 30, OKTOBER 2000